You are here: Home
  • Increase font size
  • Default font size
  • Decrease font size

Maarten Nijland

Countus clinic

E-mail Print PDF
Countus Clinic

Zaterdag 5 september, het was zover. In diverse plaatsen in Nederland klonk deze ochtend vroeg de wekker. Het fietsenrek werd op de auto gemonteerd, de Tom Tom werd aangezet en een stevig ontbijt werd naar binnen gewerkt. Bij een aantal was er enige spanning merkbaar. Er werd koers gezet richting het Twentse Rossum, daar waar het vertrek zou zijn, voor de Countus wielerdag onder leiding van Maarten Nijland, ex-beroepswielrenner en werkzaam bij Running Center Enschede.
Zo’n aantal maanden geleden kwam bij ons het idee op om deze wielerdag te organiseren voor Countus. Tijdens het presenteren van het eerste proefsetje wielerkleding (die wij als Running Center Enschede leverden), op het kantoor in Zwolle, was de directie ook zeer enthousiast over dit idee.
Er werd een datum vastgezet en er ging een mailing uit naar het personeel van Countus.

Ondertussen was ik gaan nadenken over de startplaats en de route. Ik koos voor het vertrek vanuit, zoals vermeld, het Twentse Rossum, mijn eigen woonplaats.
Dit was een bewuste keuze omdat de meeste wielrenners de Holterberg e.d. nu wel een keer kennen, maar het Twentse land is voor velen nog onbekend.
Rond 10.00 uur kwamen de eerste deelnemers aan bij Partycentrum Hutten in Rossum. Daar stond koffie klaar, met natuurlijk, Twentse krentewegge.
Ik vertelde een beetje over mezelf en over de te fietsen route. Er werd onderling al druk gepolst hoeveel de ander had getraind. Een enkeling begon te glimlachen, daar waar een ander wat bleekjes wegtrok.
Om 10.45, na het omkleden, maakten we een groepsfoto en werden de schoenen in de pedalen geklikt. We waren vertrokken. We zetten koers richting het prachtige Ootmarsum en reden over een deel van het parkoers van het Nederlands Kampioenschap wielrennen voor professionals. Zelf bepaalde ik het tempo, mede met mijn schoonvader Gerrit die ook mee fietste deze dag. Dit tempo lag steeds rond de 30 km/uur.
Er stond veel wind en het was de hele dag spannend wat het weer zou doen. De voorspellingen waren namelijk niet al te best. We gingen via de Kuiperberg naar de Hooidijk in Vasse en daar de grens over, Duitsland in. Na zo’n 25 km was er de Duitse Lönsberg. Daar gaf ik het sein dat een ieder eigen tempo heuvelop mocht tot de top waar een kleine pauze was ingelast. De eerste krachtsverhoudingen werden zichtbaar. Ook zag ik dat er op het gebied van “in de waaier” rijden (ofwel uit de wind zitten) nog veel te leren viel. Eén voor één kwamen de mannen boven op de top. Daar was er een energiedrankje met een koek. Er werden onderling al enige plaagstootjes uitgedeeld zoals: “jouw fiets is veel lichter”, “hij liet een gat vallen”, “de fiets schakelde niet” , “ik ben een sprinter en kan niet goed klimmen”. Echte topsport!

Na de pauze reden we een afdaling in richting het Duitse Uelsen. Toen was er ineens een “pang!”, stoppen hoorde ik een aantal roepen. Er was een spaak geknapt, en hoe! Het prachtige achterwiel van Dhr. Kees Meijer was helemaal krom. Met enig buig en trekwerk kregen de heren het wiel weer voor nood draaiend. Ondertussen had ik Herman Snoeijink gebeld, mijn trainer en één van Twente’s beste wielrenners die we gehad hebben. Hij had nog wel een achterwiel staan en langzaam reden via een alternatieve route in zijn richting. Ondertussen waren mijn vrouw en schoonmoeder, na een telefoontje, vanuit de pauze op de Lönsberg al met de auto onderweg om het wiel op te halen. Onderweg spraken we een plek af voor het omwisselen van het wiel. “Pang!” weer een knal, nu nog harder. Nu was de band van het kapotte achterwiel ook nog eens geknapt. De “wet van Murphy” noemen ze dat. Snel wisselden we de achterband en konden weer verder, maar een paar honderd meter verder was het weer raak. Nu was het genoeg zei Kees “ik ga wel naar huis”. Natuurlijk niet zei ik. Daar kwam de auto al met het nieuwe achterwiel. Deze omgewisseld met het kapotte wiel en we konden onze tocht vervolgen.
Mijn schoonvader Gerrit, de rijdende Tom Tom, loodste ons weer in de juiste richting om na enige kilometers weer op de oorspronkelijke route uit te komen. Om de boel wat op te fleuren en toch iets positiefs te melden zei ik dat we geluk hadden gehad want in de verte was de lucht helemaal zwart en zag je de regen naar beneden komen. Daar hadden we anders langs gereden. De lach was terug en we zetten koers richting Bad Bentheim, waar het laatste en zwaarste deel van het parkoers lag. Mooi zei al een enkeling, “ben net warm”. We gingen via een lastige lang doorlopende klim Bad Bentheim binnen.
De klim in combinatie met de gereden kilometers begon bij de meesten nu wel te tellen. We maakten even een mooie foto in Bad Bentheim en daalden weer af en gingen toen via de oostkant Bad Bentheim in. “Kleine versnelling” riep ik en daar was de volgende klim. Langs de burcht omhoog, over kasseien. Ja, dat was andere koek. We klommen al slingerend tussen wandelaars door tot op de binnenplaats van de burcht. Zo’n 12 procent stijging. Wat was een ieder ineens stil. Daarna was er op het plein in Bentheim tijd voor Kaffee mit Kuchen, Käsekuchen om precies te zijn. Het was verdiende kost. We zaten lekker in het zonnetje, we zeiden dan ook dat we met het weer veel geluk hadden.
Vanuit Bentheim moesten we nog een kleine 20 km naar Rossum. Het buikje was mooi vol en we vertrokken dan ook voor dit laatste deel. Maar ik had nog een verrassing voor de heren. De Mühlerweg, een niet te vinden klim in het bos bij Gildehaus. Ik liet de mannen even stoppen en vertelde dat dit de laatste klim zou zijn dus ze konden nog één keer alles geven. En dat was nodig op deze klim die een stijging kent van 17%. Het was echt even tandenbijten maar een ieder kwam boven. Petje af!

Daarna reden we via smalle binnenweggetjes richting huis. Met nog 10 km te gaan zette ik me weer op kop van de groep en vertelde dat we tot Beuningen, wat ongeveer 5 km zou zijn, tempo zouden rijden. Ik zou het tempo bepalen en dit steeds iets opvoeren. En eenieder moest dan maar proberen te volgen. Ik begon met een 36 km/uur en langzaam richting de 45 km/uur. Het was een lang lint die op enkele plaatsen begon te breken. En er bleef een paar man over in het wiel met de tong bijna in de spaken. Ook was er bijna een directiewisseling omdat Kees Meijer bijna van de weg werd gereden door Peter van de Streek. Toch kwam iedereen heelhuids aan. Daarna reden we al kletsend rustig de laatste paar km. Het licht ging nu bij een enkeling echt uit en moe maar zeer voldaan kwamen we, na 110 km in de benen, weer bij het vertrekpunt.
Na een lekkere warme douche werd er tijdens een drankje met een broodje gezond, ehhh enkele broodjes gezond, nog even nagepraat en tegen 16.30 uur ging een ieder zeer tevreden weer huiswaarts.

Al met al mag ik wel zeggen dat iedereen zeer genoten heeft en dit zeker voor herhaling vatbaar is. Ik wil alle sportievelingen dan ook heel hartelijk bedanken, jullie hebben de Countus kleuren zeker eer aangedaan. Tot een volgende keer. Train ze!  Groeten Maarten Nijland

Laatst aangepast ( woensdag, 09 september 2009 07:49 )  

Maarten Nijland

mn
Maarten Nijland was tot begin 2008 professioneel veldrijder, maar beklemmende bloedvaten zorgden er voor dat hij moest stoppen. Deze klachten bleken ook in het dagelijks leven zijn invloed te hebben dat hij eind 2008 besloot dit te laten verhelpen. Eind september 2008 en begin Januari 2009 werd hij aan zijn linker- en rechterbeen geopereerd. De operaties lijken zeer geslaagd. De klachten in het dagelijks leven zijn in ieder geval verholpen.  Nu wil hij weer de draad van het sporten oppakken, samen met zijn werk bij Running Center Enschede. Naast wielrennen is hij gaan hardlopen, schaatsen en skeeleren. Via deze website laat hij u een kijkje nemen in zijn trainingsopbouw en daarna zijn wedstrijd ervaringen.